☰ Menu

Stephen Gaukroger, Being Baptised. The handbook to believer’s baptism

Dit Engelstalige boekje helpt de dopeling om zich voor te bereiden op de doop. Naast een toelichting op de doop heeft het vooral een praktische insteek, waar je aan moet denken als je je wilt laten dopen. We vatten de inhoud samen.

Nieuwe leven

Berouw (bekering), geloof en een persoonlijke relatie met Christus zijn nodig om christen te kunnen worden (blz. 15-16). Het nieuwe leven met Christus kun je ervaren, als je:

a) erkent dat je zondaar bent (Romeinen 3:23);
b) je afkeert van het verkeerde (Handelingen 2:38);
c) vertrouwt op Jezus, dat Hij de zaken rechtzet (1 Petrus 2:24);
d) Jezus uitnodigt om de regie over je leven te nemen (Johannes 1:12) (blz. 17).

Wilsbeslissing

Christen worden is een wilsbeslissing, niet een emotie. Als je Jezus hebt gevraagd om in je leven te komen, ben je christen, of je het nu voelt of niet (blz. 18). Om gedoopt te kunnen worden, moet je wedergeboren zijn. Dat betekent niet, dat je een bepaald wedergeboren-moment moet kennen, maar wel dat je een bewuste beslissing hebt genomen om Jezus te volgen (blz. 19-20).

Geloofsdoop

Gaukroger doopt geen kinderen: ‘…because I have not been absolutely convinced that the child has really become a Christian’ (blz. 21). Volgens hem is er steeds meer steun voor de geloofsdoop en minder voor de kinderdoop. Dit boekje is echter niet geschreven om de geloofsdoop te verdedigen (blz. 21). De doop is alleen voor hen die een beslissing hebben genomen om Jezus te accepteren als hun Heer en Redder (Handelingen 18:8). Dat vraagt niet om intellectuele kennis van het Evangelie. Oprecht geloof in Christus is voldoende, ook als dat in eenvoudige bewoordingen wordt beleden (blz. 22).

Drie manieren

Dopen kan door besprenkeling, het gieten van water over hoofd en handen of door onderdompeling, maar onderdompeling is de normale manier. Onderdompeling symboliseert het sterven en begraven worden met Christus, zodat we een nieuw leven zouden kunnen leven (Romeinen 6:4; vergelijk Colossenzen 2:12) (blz. 23). Dopen is ook gelinkt aan schoonwassen en vergeving: een bad met een geestelijke betekenis. Dit pleit ook voor onderdompeling, evenals dat er – door Johannes – gedoopt werd op een plaats met veel water, de Jordaan (Johannes 3:23). De kamerling werd ook ondergedompeld (Handelingen 8:38). Het Griekse woord voor dopen, baptizo, betekent ‘onderdompelen’ of ‘doordrenken’ (blz. 24).

Eis

Waarom moeten we worden gedoopt?

a) Het Nieuwe Testament eist het (Mattheüs 28:19; Handelingen 2:38);
b) Alle nieuwtestamentische gelovigen werden gedoopt (blz. 28): de doop is een essentieel deel van de boodschap van het Evangelie. De kamerling vroeg ernaar, dus Filippus moet hem erover verteld hebben. Gods Geest doopt ons en maakt ons deel van het Lichaam van Christus (1 Korinthe 12:13) (blz. 29);
c) Jezus gaf zelf het voorbeeld en liet Zich ook dopen (Mattheüs 3: 13-17), terwijl het voor Hem niet nodig was (blz. 29).
Waterdoop en Geestesdoop horen bij elkaar (zie Mattheüs 3:16-17), maar de volgorde verschilt soms (Handelingen 10:44-48). Veel dopelingen ontmoeten God in het doopwater en laten zich dopen om de persoon te zijn naar Gods wil en meer van Hem te ervaren (blz. 30).

Voorbereiding

De doop is een teken van het afwassen van zonde (Handelingen 22:16). Daarom is het vooraf belijden van je zonden belangrijk (blz. 36). Dank Jezus voor je redding, begrijp de fundamenten van het geloof, neem tijd voor gebed en Bijbelstudie, breng het vasten in praktijk, houd een geestelijk dagboek bij,  overdenk wat Gods wil met je leven is en zoek een geestelijke mentor die je kan bemoedigen en naar je geloof kan vragen (blz. 37-39).

Getuigenis

Bereid je getuigenis bij je doop voor met bijvoorbeeld de volgende basiselementen:
a) je leven voordat je christen werd;
b) hoe je het Evangelie hoorde;
c) het proces dat leidde tot geloof;
d) waarom je je nu laat dopen. En bedenk daarbij wat John Hunter zei: ‘God did not save you to be a sensation. He saved you to be a servant’ (blz. 43) en Robert Belton zei: ‘So long as our personal testimony exalts the glory of Christ as Saviour rather than our character either before or after conversion, it will be helpful’ (blz. 44).

Vragen en lied

Soms worden er vragen gesteld, voorafgaand aan de doop. Door ze te beantwoorden, bevestig je dat je gelooft in de drieenige God, je zonden belijdt en je leven in dienst van God stelt (blz. 45).
Soms mag je ook een lied uitkiezen bij je doop of een Bijbelpassage (blz. 45-46).
Denk ook aan het vastleggen van de dienst door opname of video, zodat je deze later terug kunt luisteren of zien (blz. 46).

Doopinstructie en evangelisatiemiddel

Zorg voor niet-doorschijnende kleding, als je je laat dopen (blz. 46-47). Hou je benen gestrekt, als je ondergedompeld wordt en buig ze als je weer boven komt. En vraag iemand om je ‘handdoekhouder’ te zijn (blz. 48-49).
Je doop is een prachtig evangelisatiemiddel voor aanwezigen. Leg evangelisatiefolders neer, heet gasten hartelijk welkom, organiseer follow-ups. Schrijf een artikel over je doop voor het kerkblad of lokaal huis-aan-huisblad en zorg voor een goede foto. En vertel mensen van je doop in de weken daarna (blz. 51-55).

Aanwezigheid van God en de duivel

Verwacht zegen van God in je doop. Veel dopelingen ervaren het werk van de Geest tijdens hun doop (blz.58). ‘God is always there in the pool, making himself known in many different ways’ (blz. 7).
Neem de tijd in het doopwater: je wordt maar één keer gedoopt. Geniet van Gods aanwezigheid (blz. 59, 62).
De duivel zit niet stil na je doop. Hij zal je aanvallen (blz. 64). Zoals Corrie ten Boom zei:  ‘De eerste stap op de weg naar de overwinning is het herkennen van de vijand’ (blz. 65). Richt je focus op Jezus. In de Bijbel staan veel voorbeelden van geestelijke strijd na zegeningen, bijvoorbeeld Elia na zijn confrontatie met de Baälpriesters (1 Koningen 19:4), Johannes de Doper (Mattheüs 11:3), Jona in Ninevé. Zij ervoeren God ver weg, maar Hij was met hen. Zie ook 2 Korinthe 4:8,9.

Na je doop

Blijf ook na je doop bezig met onder meer Bijbellezen, bidden en vasten: ze zijn nodig voor je geestelijke gezondheid (blz. 65-67). De duivel voedt teleurstellingen, wanhoop, isolatie (‘mag ik mij wel christen noemen? Ik ben zwak’) en afwijzing (‘waarom laat God mij dit overkomen?’) (blz. 68-69).
Houd Romeinen 8:31,37 voor ogen (blz. 69). Houd vol in gebed, Bijbellezen en gemeenschap met andere christenen (blz. 71). Deel je gevoelens met een geestelijk leider, besef dat je geestelijke dieptepunten tijdelijk zijn en dat je niet de enige bent. Ook Jezus werd verzocht door de duivel (blz. 73). Je doop is als antibiotica: ‘Maak de kuur af’. Wandel niet op basis van gevoelens, maar van geloof (blz. 74). God is toegewijd aan ons (Hebreeën 13:5; Filippenzen 1:6). Laten we volhardend toegewijd zijn aan Hem (blz. 76-77).

Doop is het begin

Je doop is geen eindstation, maar een begin van de weg met Christus. Doop en kerklidmaatschap horen bij elkaar. Je wordt gedoopt in Christus en in Zijn lichaam, de gemeente/kerk (blz. 79). Ook christenen moet je de zegeningen van je doop vertellen. Groeien in geloof is belangrijk. Stilstand is achteruitgang (blz. 81-82). ‘Expect great things of God; attempt great things for God’, zei de zendingspionier William Carey. Dat zou ons motto moeten zijn (blz. 83).

Commentaar

Het boekje is vlot geschreven vanuit de evangelicale traditie, woordkeuze en praktijk. Het beschrijft hoe het er in veel evangelische gemeenten bij de doop aan toegaat.

Johannesdoop

Verwacht niet altijd een zorgvuldige, diepgaande, onderbouwde uitleg. Op de vraag ‘Waarom dopen?’ wordt onder meer gesteld dat Jezus Zich ook liet dopen. Dat klopt, maar Zijn doop was een Johannesdoop. Er wordt niet ingegaan op de vraag of er een verschil is tussen de Johannesdoop van Jezus en de christelijke doop in de nieuwtestamentische gemeente.

Bovennatuurlijk

De schrijver stelt, dat de doop een ‘bovennatuurlijk evenement’ (blz. 62) is. In het boekje beschrijven enkele dopelingen hoe ze de doop ervoeren en wat God in de doop met ze had gedaan (blz. 60-61). Dergelijke verhalen scheppen de verwachting van een bijzondere Godservaring in en door de doop, maar dat zal niet elke dopeling hebben. Hoewel er veel over ervaring wordt geschreven, waarschuwt Gaukroger om niet (te veel) op je gevoel af te gaan. Christen worden is geen emotie, maar een wilsbeslissing (blz. 18) en de duivel brengt je aan het twijfelen (blz. 64, 68-69, 74). Leef niet op gevoelens. Er staan rake zaken in over het dagelijks bezig zijn met het geloof. Belangrijk is om volhardend te geloven, ondanks twijfels en geestelijke strijd. Herkenbaar voor wie al langere tijd christen is.

De gelovige centraal

Het boekje ademt een hoog ‘jij-als-gelovige-centraal’-gehalte. Het zal te maken hebben met de traditie waarin deze Engelse prediker staat.
Wie op zoek is naar tips (en soms open deuren) om het doopmoment bewust(er) te beleven, vindt in dit boekje het nodige.  Maar wie op zoek is naar een diepgaande (Bijbel)uitleg van de christelijke doop in al zijn facetten, kan beter andere lectuur pakken.

Stephen Gaukroger, Being Baptised. The handbook to believer’s baptism, Scripture Union, England 2003, ISBN 1859997686