A. Kok

print

Arjan de Kok, De Didache. Het onderwijs van de apostelen

De Didache (spreek uit: Didakèh; Didache betekent ‘leer’ of ‘onderwijs’) is een zeer vroeg christelijk geschrift, dat gedateerd wordt tussen 44 en 131 na Christus. Arjan de Kok vermoedt dat het geschrift tussen 90 en 110 na Christus is ontstaan (blz. 52). Er is zelfs discussie geweest of dit boekje tot de canon van de Bijbel moest behoren (blz.53).  Gezien de vroege datering en het gezag van dit geschrift is het interessant na te gaan of en wat het zegt over de doop en dooppraktijk. Het korte hoofdstuk 7 vermeldt:

‘Met betrekking tot de doop. U moet als volgt dopen: Nadat u eerst al het bovenstaande hebt gezegd, doop in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest in stromend water. Indien u geen stromend water hebt, doop dan met ander water. Indien het niet met koud water kan, dan met warm water. Indien u geen van beide ter beschikking hebt, giet dan drie maal water over het hoofd in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Laat degene die doopt voorafgaand aan de doop vasten, net als de dopeling, en zo mogelijk ook anderen die dit kunnen. Draag de dopeling op om één of twee dagen te vasten.’ (blz.31).

 En hoofdstuk 9, over het avondmaal,  vermeldt:

‘Laat echter niemand eten en drinken van uw dankzegging, dan de gedoopten in de naam des Heren, want hierover heeft de Heer gesproken: “Geef het heilige niet aan de honden.”‘(blz. 35).

De Didache zwijgt verder over de doop. Uit de hier weergegeven fragmenten waarin de doop voorkomt, kunnen we opmaken dat de dopelingen volwassenen moeten zijn geweest of in ieder geval zij, die de opdracht tot één tot twee dagen vasten konden begrijpen. Van zuigelingendoop wordt hier niet gesproken. Verder valt het op dat er soepel wordt omgegaan de Bijbelse wijze van dopen (onderdompeling) en dat begieting ook is toegestaan als er onvoldoende water is.  Alleen gedoopten mochten deelnemen aan het heilig avondmaal.

Tot slot

De Didache bestaat uit drie delen: aanwijzingen voor het leven (de eerste zes hoofdstukken), aanwijzingen voor de doop, vasten en dankzegging  (hoofdstuk 7 tot en met 10) en aanwijzingen voor het gemeenschapsleven: omgaan met gastvrijheid, rondtrekkende leraren, het samenkomen, kiezen van opzieners en diakenen en over de toekomst (hoofdstukken 11 tot en met 16).

Het geeft inzicht hoe in de vroeg-christelijke tijd over deze zaken werd gedacht. Het is de verdienste van de auteur dat dit in vertaling tot ons komt en spoort aan om de Vroege Kerk nader te bestuderen. Wat betreft de dooppraktijk is dat zeker interessant. We verwijzen hiervoor graag door naar boeken als van H. Stander/J. P. Louw en M.A. van Willigen.

Arjan de Kok, De Didache. Het onderwijs van de apostelen, uitgeverij Stad op een berg 2014, Brakel ISBN 9789082186925