Doop van Johannes

print

Johannesdoop

Matteüs 3:7

7 Toen hij velen van de Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop zag afkomen, zei hij tegen hen: Adderengebroed! Wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn?

Matteüs 3:11

11 Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.

Matteüs 21:25

25 De doop van Johannes, vanwaar was die, uit de hemel of uit de mensen? En zij overlegden met elkaar, en zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd?

Marcus 1:4

4 Johannes kwam in de woestijn en doopte en predikte een doop van bekering tot vergeving van zonden.

Marcus 1:8

8 Ik heb u wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.

Marcus 1:9

9 En het gebeurde in die dagen dat Jezus kwam van Nazareth, in Galilea, en door Johannes werd gedoopt in de Jordaan.

Marcus 11:30

30 De doop van Johannes, was die uit de hemel of uit de mensen? Antwoord Mij.

Lucas 3:3

3 En hij kwam in heel de omgeving van de Jordaan en predikte een doop van bekering tot vergeving van zonden,

Lucas 3:16

16 antwoordde Johannes allen: Ik doopu wel met water, maar Hij komt Die sterker is dan ik, bij Wie ik niet waard ben de riem van Zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.

Lucas 7:29

29 En heel het volk dat naar Hem luisterde, en de tollenaars die met de doop van Johannes gedoopt waren, rechtvaardigden God,

Lucas 20:4

4 De doop van Johannes, was die uit de hemel of uit de mensen?

Johannes 1:25

25 en zij vroegen hem: Waarom doopt u dan, als u de Christus niet bent, en Elia niet, en evenmin de Profeet?

Johannes 1:26

26 Johannes antwoordde hun: Ik doopmet water, maar midden onder u staat Hij Die u niet kent.

Johannes 3:22

22 Daarna ging Jezus met Zijn discipelen naar het Judese land en verbleef daar met hen en doopte.

Johannes 3:26

26 En zij gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: Rabbi, Hij Die bij u was aan de overkant van de Jordaan, van Wie u getuigenis gaf, zie, Hij doopt en allen komen bij Hem.

Johannes 4:1-2

1 Toen nu de Heere merkte dat de Farizeeën gehoord hadden dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes

2 – hoewel Jezus Zelf niet doopte, maar Zijn discipelen –

Handelingen 1:5

5 want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.

Handelingen 1:22

22 te beginnen met de doop van Johannes tot op de dag waarop Hij van ons opgenomen werd, met ons getuige wordt van Zijn opstanding.

Handelingen 10:37

37 U weet wat er gebeurd is in heel Judea, wat begon in Galilea na de doop die Johannes gepredikt heeft:

Handelingen 11:16

16 En ik herinnerde mij het woord van de Heere, hoe Hij zei: Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden.

Handelingen 13:24

24 nadat Johannes, voorafgaand aan Zijn komst, eerst aan heel het volk Israël de doop van bekering gepredikt had.

Handelingen 18:25

25 Deze was in de weg van de Heere onderwezen en, omdat hij vurig van geest was, sprak en onderwees hij nauwkeurig de zaken van de Heere, maar hij wist alleen van de doop van Johannes.

Handelingen 19:3-5

3 En hij zei tegen hen: Waarmee bent u dan gedoopt? En zij zeiden: Met de doop van Johannes.

4 Maar Paulus zei: Johannes doopte wel een doop van bekering, maar hij zei ook tegen het volk dat zij moesten geloven in Hem Die na hem kwam, dat is in Christus Jezus,

5 en nadat zij dat gehoord hadden, werden zij gedoopt in de Naam van de Heere Jezus.

Opmerkingen

  • De Johannesdoop is niet de christelijke doop, al is het een ‘doop van bekering’ (Hand. 19:4). Johannes’ prediking en dopen was gericht op het volk Israël (Hand. 13:24).
  • Het doopbevel om alle volken christelijk te dopen (Matt. 28:19) moest nog worden gegeven.
  • De Johannesdoop is een doop met water, maar zonder de Heilige Geest. Die moest nog uitgestort worden.
  • De christelijke doop wordt bediend aan mensen die gehoord hebben dat ze in Christus moeten geloven (Hand.19:5).